Onze laatste dag van het jaar start vroeg. Om 6u30 op een ' scummy' busstation in Pakse. Pieter las dat het centrum 300m wandelen was, dus we ontwijken de tuktuk-drivers en zijn blij onze benen te kunnen strekken. Al snel merken we dat het toch over een ander busstation gaat. Ook de Laotiaanse kilometers zijn voor interpretatie vatbaar en dat na 20 uren busreis. Aan relatie-tests geen tekort deze reis, gelukkig kennen we elkaar door en door, en kunnen we er achteraf altijd om lachen! Na een tergende ommetour stoppen we op een kruispunt, waar we een eettent zien mét farang. Pieter laat zich zakken op een stoel: HONGER!!! Ik ga dapper op zoek naar een guesthouse, vooral de douche zien we zitten. Zonder succes, de kamers zijn te duur of te vuil. Pakse staat over de hele lijn niet aan, maar we weten niet of dit aan onze vermoeidheid ligt of aan de stad zelf. We wisselen af en Pieter gaat op zoek, de andere kant op, terug zelfde verhaal . Strompelend, moe en nog steeds hongerig gaan we ons neus achterna. Uiteindelijk besluiten we een mobilette te huren. We laten één grote backpack bij een vriendelijke Indiër achter. Met onze snorry-ka 2, al kan er geen tippen aan onze 1ste honda wave 125cc, snorren we richting de waterval. We maken een pitstop bij de touristinfo en vertrouwen op de zelfgetekende routekaart. Aangekomen lijken we terug in Thailand. Alles is tiptop verzorgd, heel erg mooi aangelegd, maar ook op een manier niet authentiek. Op de parking staan de airco's van de minibusjes te blazen. Het restaurant zit stjokvol. We zoeken ons dicht bij de jungle-tree-houses een rustig plekje voor verfrissing. We denken er even aan om hier oudjaar te vieren maar het is ons iets teveel Thai/Lao centerpark, in prachtige versie dan wel. Met de avondzon en een onophoudelijke honger, gaan we op zoek naar de plek waar we de countdown zullen doen. Als we die halen...we voelen ons al een oude mee en pee op een mobilette. We besluiten 'de bijbel' voor een keer te volgen, door tekort aan inspiratie en de zon die verdwijnt achter de bergen. Een gezellige familie zit te koken en lacht ons vriendelijk toe, dit zit goed. We krijgen een kamer en een shotje echte johnny walkel uit Singapore. We gaan dinneren in een klein restaurantje waar een tafel farangs zitten en een tafel thai. Na het eten zitten we er als vodjes bij, de avond gaat een beetje aan ons voorbij. We keren met 2 zakken chips (voor pieter) en een fles water (voor mij) terug naar het bolivan guesthouse, klaar voor ons bed en een trueblood. Maar dat was buiten onze nieuwe vrienden gerekend. Ze staan ons op te wachten aan een vuurtje en opnieuw de fles johnny. We nestelen ons dicht bij elkaar, het wordt hier barkoud 's avonds. De temperatuur zakt hier zo een 25 graden, dag en nacht verschil! Ideaal om koffie en thee te kweken, het inkomen van de Bolivan plateau.
Het is nog vroeg in de avond, één meisje spreekt engels en treedt op als tolk. Met veel gebaren, lachen, bekken trekken en JW komen we tot volwaardige gesprekken. Pieter en Nee worden zowaar beste vrienden, hebben beiden een funky mutse en dezelfde glazige ogen. We gaan terug voor een feest met locals. @ 10pm, I call it a day, never done before in my life on newyearseve. Pieter is zeker nog naar de plaatselijke karaoke bar gegaan met zn nieuwe maten, maar hij beweert van niet. Ik denk eraan om youtube uit te pluizen op zoek naar 'drunk falang in paksong, karaoke bar,31 december 2010'.
Goed geregeld onze zaakjes, opstaan om 6u30 met de begging monks, ontbijten en dan voor tien uur op de bus richting Ventiane. Nog even nasoezen, dachten we... In de lonely planet stond: 'Niet voor gevoelige magen'. Ja jongens, de ene bocht volgde op de andere, dit uren aan een stuk. Josefien hamerde er gelukkig op de beste plaatsjes net achter de chauffeur te krijgen. We knikkebollen af en toe in slaap, toch niet gerust in de diepe ravijnen. Bij de eerste stop hier en daar wat kotsplekken net naast de bus. We hebben veel respect voor de mensen die in de middengang zitten. De publieke bussen in Laos zitten nooit vol, desnoods kruipen ze op het dak voor tien uur, naast de vastgebonden mobyletten. We zien hier en daar fietsers, kaliber Stan, nog meer respect, want het is heet buiten!! Heel wat pisstops later komen we aan in Vientiane en vragen we ons af hoe verschrompeld we er zouden uitzien na nog eens tien uren nachtbus. Zo gezegd, zo gedaan. Wat ons voortdreef weten we nog altijd niet, want je moet toch redelijk sadomasochistisch ingesteld zijn nog zo'n rit te doen. De tijdsdruk om het zuiden nog te doen, of de tuk-tuk die terug te veel geld vroegen, we zouden er toch voor gaan, korte pijn! Terug een gokje, want we hadden amper twee uur om aan southern busstation te geraken, iets te eten en ons mentaal voor te bereiden op 'another ten long hours'. We weten nog de laatste twee tickets op de kop te tikken op de VIP-bus, gaan eten bij de Chinezen en komen op tijd aan om ons plaatsje te verzegelen, yeah! Tot we de bus zien...Laos heeft geen spoorwegen, ze lossen dit op door in kolonne met enkele bussen richting het zuiden te rijden. Wij hebben zonder twijfel de oudste, meest afgeleefde VIP-bus te pakken. Enkele ruiten zijn gebarsten, de matrassen zijn hard, de dekens vuil. En op de koop toe krijgen we de moeilijkst bereikbare plaatsen, niet groter dan een doodskist voor een gemiddelde Laotiaan. Uitgestrekt liggen is helemaal geen optie en onze nachtlampjes werken niet. Er vloeiden bijna traantjes, zeker als we naar de andere bussen keken met hun mooie dekens, hostessen in maatpak die netjes de plaatsen aanduiden. Wij kregen een stinkende, dikke Lao die ons geklaag niet wilde aanhoren. Zonder scrupules namen we de lege plaatsen in van andere reizigers, voila...Elk een valeriaal-pil, nog wat lachen met onze situatie en we zijn vertrokken. Alleen hadden we dit niet zien zitten, samensamen!
Jammer dat we zoveel soya-saus genomen hebben bij de Chinees, dit wordt plassen vannacht. Vijf plasbeurten op de walgelijkste wc ever en oncomfortabel weg en weer geschud later komen we heelhuids aan op bestemming. De tuk-tuk drivers moesten niet te dicht komen of t was nen tuk-tuk tegen under muile!
De hoofdnoot van onze reis zijn de onverwachte, onvoorbereide beslissingen, onbewust drijft dit ons door ons avontuur. We boekten een bus voor Oudom Xia, verlengden twee minuten voor vertrek ons busticket en stappen over op een andere bus, richting Pakmong. Tien kilometer voor aankomstbeslisten we wegens tijdgebrek nog twee uur langer op de bus te blijven richting Luang Prabang. Lang leve free-styling. We komen s avonds toe, niet volgens plan en worden door de tuk-tuk haaien belaagd. Ze weten precies wanneer toe te slaan, liefst mensen die murm zijn van 10 uur busreis. Ze spreken natuurlijk ook een gemeenschappelijke prijs af zodat we hen op hun woord geloven. Samen sterk en we houden voet bij stuk samen met een Spaans koppel. De originele prijs. 20000Kip p.p=2 euro, we eindigen op 15000Kip voor twee personen= 1.5 euro. We waren al gewaarschuwd voor de hoge prijzen in luang prabang en niets bleek minder waar. Tijdens de guesthouse-shopping bleken de prijzen verdubbeld met onze vorige verblijven, dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de vele Falangs die we zien tijdens highseason. We pikken er de beste uit, dingen nog wat af en krijgen er een mooie kamer, met verwarmde badkamer voor terug. De dag erop huren we twee fietsen, terug wat afdingen, verdikke toch! Allez-op, c'est parti... Mooi, Luang Prabang, de combinatie Franse architectuur met de vele Wats, de Mekong en Nam Ka die samenvloeien, de lokale bevolking vermengd met de toeristen. Nog even wachten op de zon en het beloofd een mooie dag te worden. We bezoeken van buitenaf het Royale Museum, huis van koning tot 1975, vanaf dan wordt Laos republiek. Trekken wat foto's van de tempels op aanvraag van papa Guy en beklimmen op eigen wijze de Phosy ( lees pussy)- berg, om getrakteerd te worden op een adembenemend zicht van de stad. Ja hoor, daar is de zon!!! De monniken zijn alom aanwezig in het hartje van de stad, ze bevolken de tempels netjes verspreid over de landstong. Nog even ons beenspieren testen en we rijden al neuriend de stad uit, om ons op de Phosy-markt te storten. Josefien danst de markt bij elkaar, bij het horen van 'I'm yours' (check op Youtube!) bekroond tot het liedje van onze reis. Inkopen doen voor de busreis van morgen, terug tien uur op de bus richting Ventiane, de hoofdstad van Laos.
Als afsluiter van onze dag gaan we nog naar 'Lemongrass' voor een herbal sauna, beter een stoombad op authentieke wijze. De uitbater Lung toont ons alle kneepjes van het vak, met een zelfgestookt vuurtje, een koperen ketel, water&kruiden en een bamboo-pijp geraak je al een heel eind ver, gaan we toch eens in Belgie moeten proberen! Ter afwisseling van wustas en billies sauna!
Very mellow fietsen we richting ons bedje, kopen als echte toeristen nog wat surprisen op de nightmarket handicraft market en doen het slaapje van ons leven! Kort maar krachtig, want om 6u30 is er de processie van de begging monks, waarbij de monniken hun toer doen doorheen de stad op zoek naar etensgiften. Mooi Luang Prabang!
We kunnen af en toe gebruik maken van Free Wifi, waarbij we telkens glunderen als we van jullie een reactie krijgen, altijd leuk! We missen jullie toch soms een beetje!
Busreizen zijn vermoeiend maar heel leerrijk. We zitten in een rijdend televisiescherm. In Laos gebeurt alles langs de weg, grotendeels te voet. We zien groepjes mensen sleuren met rieten manden, textiel, grote zakken rijst, kruiden, bamboestokken, brandhout... In de dorpen zie je enorm veel kinderen en zwangere vrouwen, anticonceptie is precies nog niet doorgedrongen. Overal smeulende vuurtjes, waar gezinnen rond zitten om op te koken. Voor de rest zie je standjes langs de weg met vrouwen die allemaal dezelfde soorten fruit of groenten verkopen. De dorpjes (met dezelfde hutten, het brandhout er netjes onder gestapeld, dezelfde zeugen en biggen., slapende straathonden, prachtige vuile spelende kindjes) passeren ons gestaag. Dit alles in 'laotime'. Shantishanti...Laos is duidelijk in opbouw. Verharde wegen en rioleringen worden aangelegd, de funderingen voor !stenen! huizen. Er is nog weinig ecologisch bewustzijn. De plastiekverbrandingen langs de baan vullen de wegen met dikke rookpluimen. We voelen ons dan ook dubbel schuldig. Wij introduceerden het plastiek-fenomeen hier terwijl de mensen perfect door kunnen gaan met hun bananebladeren. En telkens we iets weggooien in de vuilnisbak weten we dat het hoogstwaarschijnlijk op de brandstapel zal eindigen.
Wordt vervolgd...
Geslapen in een mooie bamboohut/bungalow in Muang Sing. Enige addertje was het gedreun van een nightclub twee straten verder, maar daar sliepen we dwars door. Het is ons nog steeds een raadsel wat een nightclub hier in dit verlaten boeregat doet, of was er iemand zijn nieuwe geluidsinstallatie aan het testen? Fiets gehuurd, heel op t gemak wat rondgereden, de trekking zat nog in ons kleren. We gingen eten in bestview restaurant, int zonnetje, met zicht op alle omringende bergen. Binnen enkele jaren is dit zicht volledig ingenomen door vakantiehuizen, dat staat vast! Nog eens kijkje genomen in de plaatselijke herbal sauna. Dit blijkt niet meer dan bamboohutje met beschimmelde doeken, kon niet tippen aan onze zelfgebouwde sauna met Fred in t pandje. De day after bestond voornamelijk uit eten, eten en nog eens eten. De was werd gedaan, schoenen gewassen, gaan eten in zelfde restaurant bij oud laotiaans meetje die niet te spreken was over de chinese invasie in Muang Sing. Overal wordt Chinese brol verkocht in shops uitgebaat door Chinezen. Er rijden camions volgeladen met hout, rietsuiker, thee, rijst, rubber richting de Chinese grens. Laos heeft blijkbaar ingestemd om hun grond te verhuren aan China, die hier alles geleidelijk aan in handen neemt. We kruipen terug vroeg onder de wol, want we willen naar de ochtendmarkt. Van overal in de bergen komen de verschillende tribes zaakjes doen op de morning market. Er is een duidelijk onderscheid te zien door de gewaden, sieraden en hoofddeksels. We pikken er gemakkelijk de Hmong, Akha, Black Tai uit. Jammer dat we nergens kunnen koken, want de groenten zien er superlekker uit. Josefien neemt foto's, ik wordt belaagd door het trio Akha, die me al meerdere keren opium of hasj wilden aansmeren, voor je het weet hangen er drie armbandjes aan je vast. Toegegeven, het zijn wel leutemakers, je ziet nooit de ene zonder de andere te zien. Ze kunnen enkele zinnetjes in Engels,you American, French, German? Voor de rest apen ze alles gewoon na.
We eten nog wat oliebolachtige deegwaren, banana met een jasje en een Lao koffie. We zouden nog tot aan Abida kunnen fietsen, maar besluiten dat we genoeg ethnics hebben gezien. Morgen terug een dagje reizen, zes uur tot in Pakmong, dan nog twee uur tot in Nong Kiauw.
We hebben besloten om cosy met ons 2tjes oud-nieuwjaar te vieren, ver weg van het opgeblazen feestgedruis. We merken dat een heel pak farangs afzakken naar luang prabang, ook ons oorspronkelijk plan...
We staan bij het krieken van de dag op samen met de gastfamilie. De geur van het vuurtje in de hut doet denken aan ons avontuur in de Pyreneeen met de teepee. Saiphon weet niet wat ze ziet als twee falangs wakker worden. Ze is drie en niet meer te verwijderen van mama's been, zelf niet na een mandarijn en banaan van de blonde falang. Dogfa, vijf maand oud, piest door haar deken op Josefiens schoot, pampers gebruiken ze hier niet, misschien stonk het daarom naar piesgeur in de hut. Met de muts aan, zien we de zon plots boven de bergtoppen piepen, het wordt een warme dag...We slaan de gerookte, geplette krabben op vriendelijke wijze af, verzorgen nog het etteroortje van Saiphon en gaan voor ons kerstontbijt samen met de anderen: rijst met pompoen en chili, mmmmm We fantaseren over een ontbijt bij de mama's, de geitekaasjes, pistolets, koffiekoeken,...Maar, we worden verwend met de mooiste bergwandeling in omstreken, dwars door jungle, door bergriviertjes, langs diepe kliffen, door bamboebossen, oeroud regenwoud...We zijn redelijk uitgeput, maar kunnen er toch enorm van genieten, zonder onze gidsen zou dit niet mogelijk zijn. Onze laatste maaltijd opnieuw rijst en pompoen, maar we ruiken de French fries (en misschien eindelijk het toilet) al vanop uren afstand... Out of the blue staan we terug op de hoofdweg en staat onze tuk-tuk ons op te wachten met de rest van de bagage. We eindigen de dag in Muang Sing, laten de was doen en gaan met z'n allen uitgebreid kerstdineren in een superlekker restaurantje: muang sing spring rolls met peanutbutter sauce, french potatoes, sa lo (tofu hamburger) en fried tofu vegetable, lekkers!!!!!
Voor we het vergeten:
Sabaidi: goedemorgen, hallo
Yumu madee: hallo in Akha
Khop chai: dank u
Khop chai lai lai: heel erg bedankt!
Chipa Too: schol in akha
Tom isnen drol: in westvlaams
Falang dum miao: buitenlander met grote neus
Jongens, geef ons toch maar ons Auping-bedje. Geradbraakt na een heftig nachtje + een dag stappen, worden we veel te vroeg wakker gemaakt door de tientallen hanen. Dit wordt gevolgd door het aanhoudend gekwek van eenden, dan het gepiep van de kuikentjes, en natuurlijk de puppie niet vergeten die 's nachts zat te jammeren. De zwijntjes hebben zich stil gehouden. En wij denken dat we de boerebuiten kennen! De gidsen waren terug aan het koken. Wij profiteren ervan om nog wat in het dorp te exploreren en knopen kleine gesprekjes aan. Het ijs is altijd gebroken als we onszelf 'falang' noemen en aan onze grote neus komen. We bezoeken het schooltje boven op de helling en genieten van het gebeuren.
Na het ontbijt, sticky rice en wat bananen, vertrekken we met zijn allen op pad. Het wordt een verbroederingsdag, babbelen veel onder baan, ik hoor Josefien in flarden praten over het duiken, integratiecentrum, Belgische chocolade, rode zonnehoed, ons huisje in Evergem... Het doet deugd een tijdje omringd te zijn met mensen met een andere insteek. Grace (25) uit Washington State, Vanessa (38) uit Melbourne, Johannes (28) uit Frankfurt, Eliska (27) uit Tsjechie, San (24) uit Zuid-Korea en natuurlijk Bian en Khon uit Laos. Tijdens het wandelen worden letterlijk & figuurlijk bergen verzet. We besluiten in de toekomst voor iedere belangrijke beslissing een wandeltocht te doen. Het middagmaal wordt sticky-rice met broccolini, we ronden af met nog wat bananen. Het hoogtepunt van de dag is de waterval, waar we met zijn allen stijf van het koude water, verlangen om terug te stappen. En maar klimmen en maar dalen, Josefien aan kop, zalig zo'n madammetje waar je nog iedere dag van versteld staat. We komen aan in een Akha-village, bang om te gaan zitten en ter plaatse in slaap te vallen. Het is kerstavond en zouden een gezellig kampvuurtje maken. Dit was zonder de tientallen kindjes gerekend. Nog nooit hebben we zo'n zelfstandige, heftige kinderen gezien. Ze waren niet van ons weg te slaan, spraken in uitspattingen tegen elkaar, alsof ze constant ruziemaken. Heftig! Tot Josefien zei dat het genoeg was en de kinderen naar buiten moesten terwijl we eten. Op het menu: rijst met pompoen, broccolini en banane-bloem soep. Ik besluit wat meer pompoen te nemen, vooral de olie waarin ze zijn gebakken, want heb nog geen toilet nodig gehad de laatste twee dagen. Zouden de sticky-rice en bananen er voor iets tussen zitten?
We eten wat home-made cookies van Johannes'moeder, wensen elkaar een vrolijk kerstmis en proberen aan Bian uit te leggen wie Jezus is. We offeren ons op om terug in een andere hut te slapen met zijn tweeen, en ontmoeten zo SomPhong en zijn kroost. We krijgen hun mooiste lakens en beste matrassen, zij staan erop om op de grond te slapen. SomPhong spreekt gebrekkig Engels en legt ons uit dat hij dokter is. Er is geen (betaald) werk voor hem in Laos, is uiteindelijk getrouwd, heeft twee kinderen en werkt op de rijstvelden. Hij nodigt ons uit :"you come play with me in sister house?" Dit om de kwade geesten weg te drinken met zelfgebrouwen Lao Lao. We worden hartelijk ontvangen in een donker hutje met een viertal akha-mannen. In dit dorp hebben maar enkele huizen electriciteit op hydro-power. We nemen plaats aan het haardvuur en krijgen ons eerste glas Lao Lao aangeboden. Wanneer iemand Chipa Too zegt, wordt er geklonken en nemen we een slokje. We krijgen elephantnuts aangeboden en SomPhong fungeert als tolk bij het vragenuurtje. Op een gegeven moment zei hij als antwoord timide: we don't have so much money... Enige wat we konden uitbrengen was dat ze wel een hele goede familieband hebben, geld er niet toe doet en blij zijn kerstmis bij hen te mogen doorbrengen. Na de vertaling volgde er een goedlachse discussie en heel veel Chipa Too, Chipa Too. De eenvoud van de mensen raakt ons, zeker op kerstavond. Het is een lustig weg en weer geloop, kindjes lopen binnen en buiten, we leren wat akha, ze zingen voor ons en wij improviseren een liedje voor hen terwijl ze klappen. Het gaat allemaal net wat gemakkelijker na wat glazen Lao Lao. We verhuizen nog even naar het Falang-house, schuiven bij het volgend kampvuurtje, praten nog wat bij en gaan slapen. Het zou terug een bewogen nacht worden met een boorling die om de twee uur de borst wil, vriestemperaturen zonder slaapzak, en een matje dat op een kraterlandschap leek.
Vroeg uit de veren om nog snel naar de markt te gaan. We zijn op zoek naar een lange broek tegen de bloedzuigers, wat fruit & yoghurt en kousen voor Josefien. Al snel de zoektocht naar een broek opgegeven, want al die Laotianen zijn niet groter dan een smurf. Ik begon al te lonken naar van die synthetische, marginale trainingsbroeken, tot Josie met beenverwarmers, aka armverwarmers afkwam voor onder de driekwartbroek, zou nog handig van pas komen! Onze rugzak weegt goed door, alle essentials zitten erin, enkel Josefiens slaapzakje niet, we moeten nog plaats voorzien voor elk drie liter water.
We vertrekken met zeven farangs en twee gidsen, er was nog een Duits-Tsjechisch koppel bijgekomen. Met de tuk-tuk een uurtje rijden, dan afgezet aan een Akha-dorp. Hier is het vanavond feest, iedereen druk in de weer, de buffalo was al geslacht. We pikken hier onze derde gids op die het eten voor de lunch draagt. Onze aanwezigheid in het dorp gaat natuurlijk niet onopgemerkt voorbij, we horen in de hutjes en het hele dorp, falang! falang! weergalmen. Gepakt en gezakt staan daar plots zeven grote bleekscheten, met veel te grote neus, ik zou toch ook eens een kijkje gaan nemen. Voor hen komen we uit falang-land, en zal het altijd een raadsel blijven wat we hier in godsnaam komen doen. We zien veel armoede, afgedragen kleren, heel veel kindjes, zwangere vrouwen, puppies, kippen met kuikentjes, vuile zwijntjes, het is hier alleszins vruchtbare grond! De mensen leven in bamboohutten hoog boven de grond. Je zou direct al je bezittingen geven als je die kindjes ziet met vuile gezichtjes en vragende blikken, maar daarmee los je niets op. Nee, je maakt het alleen maar moeilijker voor de mensen die achter jou komen. Ze zien er wel eenvoudig gelukkig uit.
We vertrekken van hieruit de jungle binnen, het niveau van de tocht zou 'moderate' zijn, dit mogen ze gerust veranderen naar 'hard'. Zes uren stappen voor tien kilometer wil al wat zeggen. We lopen langs smalle junglepaadjes, steken beekjes over, krijgen hier en daar uitleg over bomen en medicinale planten, gaan bergop bergaf, gevolgd door korte pauzes. Ons eerste middagmaal wordt geserveerd op een reuzebananeblad! We eten sticky rice, met evening-glory (broccolini), ei met bambooscheuten en lekkere tomatensaus. Het smaakt ons, vooral de sticky-rice, maar die zouden we nog tegenkomen. Buikje rond gegeten, maar wel juist voor de steilste beklimming van de dag, hier mogen ze wat aan sleutelen. Al puffend naar boven, Josefien mee aan kop. We zien een 'panter', beter een grote boskat, die hoog in de bomen vijgen zit te eten. Onze wandelstok komt goed van pas, want de afdalingen zijn hier niet van de poes! We komen met de avondzon toe aan onze slaapplaats, bij de Black Thai. Anders dan in het vorige dorp, zijn we hier veel meer op ons gemak. De vrouwen doen gewoon door met hun bezigheden, ze zorgen voor eten, brandhout, en de kinderen, maken Lao Lao, zelfgestookte rijstalcohol. De mannen lummelen wat rond, hun werk zit erop voor een maand ver, vanaf dan terug op de rijstvelden. We krijgen een plaatsje in de first chiefs house. Een grote hut waar zo'n tiental mensen samenleven en de enige hut met electriciteit.. De gidsen beginnen aan het avondmaal, wij zwermen wat uit. Josefien heeft direct al vrienden gemaakt met de kleintjes, van die grote blonde falang met blauwe ogen hebben ze precies toch wat schrik. We zetten ons bij aan een vuurtje, ze mogen gerust wat lachen met onze grote neus. Op de vuurtjes wordt vanalles klaargemaakt, tot onze grote opluchting wordt ons geen vlees aangeboden maar een soort grote schorseneer. We nemen hier en daar met respect een foto. s Avonds wordt het hier heel koud, ons eerste wintergevoel dit jaar! Na een lekkere maaltijd, sticky-rice met heerlijke tofu en tomatensaus, nog wat gaan opwarmen aan een vuurtje onder de immense sterrenhemel, waaauw! Na vijf minuten pas door dat ze er niet voor de gezelligheid zaten, maar om hun kikker en patatjes te bakken in de kooltjes. We sliepen in een andere hut uit plaatsgebrek, maar werden wel getrakteerd op een reuzespin onder onze lakens, gelukkig was hij al dood!!