JO(sefien) & PIE(ter) op reis, jipla!

Don Khon 3

Terug gaan lopen in de vroegte, deze keer tot aan de Endangered Irrawaddy Dolphins Pier. Hier proppen ze toeristen in bootjes om tot aan de dolfijnen te gaan, maar deze zijn enorm schuw en tonen hoogstens hun rug, dus geen flipper-trucjes. Met TOOL in de oren gaat alles net iets sneller, en opnieuw is het genieten terwijl de natuur en bevolking wakker wordt. Even schrikken van slang die het pad oversteekt, mooie gele vogels in de bomen, en glimlachen terwijl de opgeschrokken buffalo's de bossen incrossen. De zon begint al goed te branden. We besluiten voor ons eigen ontbijt te zorgen en blazen terug leven in het kookvuurtje van onze gastheer. Het wordt havermoutpap, maar eerst nog eens goed de kookpot met vissegeur uitkuisen. We kopen ons een ticketje richting Stung Treng in Cambodia. Gewapend met onze twee fietsen kunnen we opnieuw de tol-post ontwijken en gaan we richting de enorme watervallen op Don Khon. Nog even zwemmen in de Mekong die ons al tijdje op onze trip vergezeld. We leveren de fiets af en worden nogmaals getrakteerd op een stukje Laotiaanse vriendelijkheid. De fietsverhuurder staat erop dat hij ons terug mag afzetten aan onze guesthouse aan de andere kant van het eiland. We eindigen de avond in de Hammocks place, samen met onze buur Roger. Zoals in vele gesprekken filosoferen we over het effect van reizen, en vinden opnieuw een metgezel tot in de late uren. De LaoLao mochito's mogen er zijn.

Donkey Khon in night-time

Een tijdje terug vertelde een Laotiaans-Mexicaans koppel bij het ontbijt ons over hun geesten-avontuur in Don Det. Ze waren met staart tussen de benen teruggekomen, nadat ze twee heftige nachten hadden beleefd. "We don't know if you have same tradition, but every night we pray that the ghosts would stay away." Zo begonnen ze in alle ernst, en vertelden over het nachtelijk bezoek, telkens tussen middernacht en drie uur s nachts. Hij werd aan zijn benen getrokken, zij zag er volgens hem lijkbleek uit met witte, holle ogen. Zijn mond werd dicht gehouden en kon zich amper bewegen. Dan is hij snel aan het bidden geslagen. Zij gelooft hem niet, tot de volgende nacht. Terug hetzelfde verhaal, nu wordt zij ook wakker en heeft het gevoel dat ze van overal worden bespied, toen plots de volledige hut begon te schudden en beven. Nu zijn ze met z'n tweeën aan het bidden geslagen. Ze vertelden dit alles met de glimlach, maar bevestigden alletwee het verhaal. Ze staan op en lachten het een beetje weg, de geesten zouden alleen gevaarlijk zijn voor het mannelijk geslacht... Leuk om weten, zeker als je in je bamboohutje op Don Khon te midden de nacht slaapdronken wakker wordt, zo ergens tussen middernacht en twee-drie uur. Het werden gezamenlijke pisstops, samen sterk. We zijn er toch niet gerust, en vallen zonder erover te babbelen moeizaam terug in slaap. De tweede nacht worden we terug samen wakker, terwijl de hut schudt, maar we besluiten snel dat het hoogstwaarschijnlijk een buffel is die zich tegen de betonnen palen staat te schrobben. In feite hadden we liever het geestenverhaal niet gehoord en schrijven we het bij deze van ons af. Slaap lekker allemaal!!

Don Khon 2

Mission of today: Lonely planet Laos wisselen voor die van Cambodja, nog belangrijker, tweede boek van Millenium Triology op de kop tikken, de boeken zijn op zijn minst gezegd verslavend! De dag begint goed met jogging op de smalle baantjes tussen de rijstvelden, nog net voor de hitte toeslaat. Met goed muziekje en Nikeplus-chip (7,93 km,33:39 tijd,4'14"km gemiddeld tempo en 580 kilocaloriën = kadootje van Oli) door de kleine eilanddorpjes, prachtig!! We gaan ontbijten aan een waterval, first customers, en doen ons tegoed aan een pineapple-banana coconutmilk-shake. Stromend water hebben ze hier niet en we wassen ons handen in een schaal met water en doorgesneden limoen, good thinking! Nog eventjes de hangbrug over en gaan genieten in de zon, op een afgelegen stukje langs de Mekong. Toch een plonsje wagen. Het is nog maar tien uur 's ochtends en de eerste toeristen beginnen langzaam toe te stromen. We willen terug de brug richting Don Det oversteken, maar deze keer lukt ons trucje niet. Het wordt een woordenwisseling, zelf de lokale corrupte politieman wordt erbij geroepen uit het nabijgelegen restaurant. We willen niet nog eens 20.000kip per persoon betalen, juist maar om één dag op de twee eilanden te mogen vertoeven. Andere misnoegde toeristen vertelden ons dat ze weigerden dit te betalen. Louter uit principe, want het is overduidelijk dat alles in hun zak beland. We kennen het eiland als onze broekzak en besluiten een sluipweg te nemen, om dan in volle vaart over de brug te chasen. Voila, niemand gezien. We schuimen terug op DonDet (toeristische gedeelte) de vele guesthouses af op zoek naar ons boek. Eerlijk gezegd wil je hier niet slapen. Het voelt afgeleefd, ondanks het feit dat het nog niet zolang bestaat. Tot onze grote verbazing zien we een groep farangs dronken en stoned naar een B-movie kijken, dit terwijl het buiten prachtig weer is. Het jammere van de zaak is dat het lokale leven zich volledig op het toerisme heeft gestort. De boertjes en vissers zijn plots eigenaar van een guesthouse, die de westerse bubbel in stand houdt. Een groot deel van de locals lijkt zich ook tegoed te doen aan drank en drugs. Een uitspringer is Little Eden, zeker als we zien dat op de menukaart Belgian Fries staat. De tuin is verzorgd, ligt niet vol met bierflesjes en plastiek zoals bij de buren, en heeft een zalig zicht op de zonsondergang. We besluiten hier te eten vanavond. Een paar guesthouses verder vinden we het tweede deel van de triologie. Perfect!! Terug in Little Eden komen we te weten dat de eigenaar uit Bavikhove komt en w'oaln uus beste Westvloams bovn. Voor de tweede keer deze reis eten we Catfish en dubbele portie frieten, met een schitterende zonsondergang als decor, niet voor niets op de Sunset Road. Nog even nagenieten en we rijden met 2 fietsen en een koplampje om te delen door de rijstvelden op smalle paadjes. Spannend in het pikkedonker over gammele brugjes en naast kauwende buffalo's. De sterren zagen dat het goed was. Home sweet home nog beetje boekie lezen in de hangmat...

4000 islands here we come... 

We staan met het zonnetje op, kopen bij de volgestouwde 'baguette-mobilette' 2 broodjes en zijn net op tijd voor het veer. Terug richting Pakse, om onze brommer af te zetten, rugzak en pasport op te halen. We ontbijten op hetzelfde terras als toen we de eerste keer in Pakse kwamen en merken al snel dat alles er net iets beter uitziet, zo lekker uitgeslapen.  Met een pineappleshake en fresh springrolls kruipen we in de tuktuk richting busstation. Onze compagnon heeft een brandwonde zo groot als een vuist door de uitlaat van zijn mobilette. Vier weken oud en ze geneest nog steeds niet goed. Dit willen we dus niet tegenkomen. Aan het busstation zien we dat er geen bus staat te wachten maar een bigtuktuk goed volgestouwd. Bij één van een vele stops helpt Josefien heel behulpzaam een vrouwtje bij het uitladen, neemt onwetend een druipend zakje vol viskoppen vanonder vast, stank voor dank...We rijden 3h en arriveren aan een nieuw stukje aardsparadijs, de vierduizend eilanden van Si Phang Don. Het meer toeristische Don Det laten we voor wat het is en gaan per longtail-boat op zoek naar een stekkie een eilandje verder, Don Khong. We raken aan de praat met een UK-australisch koppeltje, waarmee we samen in de tuk-tuk zaten. Ze reizen al 15maanden door India,Nepal,Thailand,Laos,Vietnam, with an open end...We zijn toch een heel klein beetje jaloers! Op de moto bedachten we hoe snel de reis gaat en dat het in maart nog putje winter zal zijn. We zijn dikke luxebeestjes en beseffen het maar al te goed. Na een rijstmaaltijd gaat Josefien boekje lezen en Pieter op stap, huurt een fiets, een goede manier om snel te verplaatsen. Het eiland blijkt stukken groter te zijn dan beschreven, omringd door mini-eilandjes en de majestueuze Mekong-river. Het fietspadje loopt kilometers ver door, maar van guesthouses hebben ze aan de oost-kant nog niet gehoord. Terug in de tourist-hub een mooie bungalow gehuurd, aan de sunset-road. Tergelijkertijd krijgen we een aangename Zwitserse buur, waarmee we direct een goede klik maken. C'est parti. We willen eindelijk een plaatsje voor langere tijd, we zouden drie nachten blijven. Ramptoeristen als we zijn, gaan we na een verbluffende sunset toch nog eens loeren op het andere eiland, we moeten een ticketje betalen om de brug over te steken, maar wuiven dit weg, tomollow tomollow! In Don Det valt er naar onze maatstaven niet veel te beleven. Twee straten volgestouwd met hutten en farangs, we zouden er eens door fietsen en de sfeer opsnuiven. Uiteindelijk zijn we tevreden met onze keuze bij het meer authentieke; vroeg slapen, om vijf uur wakker door de vele hanen, mensen die vuurtje starten om hun sticky rice te koken, wij snoozen nog wat verder, en staan mee op met de kinderen die zich wassen in de Mekong... Mmmmmm

Eentje voor Tom, Wusten of Oli, we zijn er niet aan uit

The farting old lady An old lady goes to the doctor.  ' Doc, something is wrong with me,I keep farting the whole time, but the good thing is, they never smell or make any noice. Oops, I just farted now.' 'Well, I see. Take this medicin, and come and see me next week.' One week later she shows up... ' Doc, it is not better, I just fart as much, but, lord, do they stink!' ' Well, now that we got your noise fixed, let's see what we can do about your ears!'  Signed: Q from Belgium

Wat Phu Champasak

We zijn er als de kippen bij vandaag. Onze dag eindigt meestal rond half tien, slapen tot zeven uur en beginnen onze dag, zoals de meesten in Lao. Wat Phu staat op het menu. Een oud religieus Khmer complex gebouwd voor het angkoriaans tijdperk. Aangekomen zijn we niet direct onder de indruk. De site ligt er bouwvallig bij door grondverzakkingen. Er moet meer te zien zijn als dit uitgeroepen werd tot werelderfgoed in 2001. We worden op ons wenken  bediend als tot we aan de beklimming van de Phu Pasak beginnen. Een heilige berg waartegen de rest van het complex werd gebouwd ter verering van Vishnu, Parvati met haar olifanten en Krishna. Er zijn de mooie tempels, het verbluffende zicht en de eeuwige bron en de mooie champabomen. We genieten op de top van de mysterieuse sfeer en lezen nog wat in onze boek. Terug op pad smaakt het naar meer en steken terug op onze double-longtail boat de Mekong over richting het Dong Deng eiland. Het mulle zand lacht ons weer toe, plezant plezant!! Op eiland worden we terug verwend met  kindjes die ons oprecht verwelkomen, en een lauwe pint bij aangeschoten Lao-vrouwtjes. Iedereen drinkt hier graag een Lao Beer, zelf de kinderen, aangelengd met water! We trakteren hen op een dansje in hun hut, waar de muziek lekker kraakt door de box. Tot slot eten we nog noedelsoep in een geïmproviseerd restaurant, kunnen terug moeilijk communiceren en besluiten gewoon Vlaams tegen hen te spreken. Je moet er aan wennen als vijf mensen non-stop gapen hoe je noodle-soep eet, maar het is hen gegund, ze krijgen niet iedere dag twee vegetarische Falangs over de vloer die hun geslachte kip afslaan. Mooie aflsluiter van de dag, Laos is nice!

Tat Lo

We overleefden onze nacht in ons schamel hutje van mamapap. Zij runt een guesthouse, small price staat er op het uithangbord,maar ook very small comfort. De hut staat er een beetje vervallen bij en enkel mamapap ziet de douche die ze ons aanwijst. Wij zien een aantal slecht verbonden plastic buizen en een grote ton water. Gelukkig zijn er de watervallen. De avond valt dus we belissen hier toch te slapen. Het heerlijk dineetje mét slaatje+ french vinaigrette, frietjes en een glaasje Italiaanse wijn doet ons likkebaarden. We doen, gewapend met koplampje nog een lachwekkend avondwandelingetje en zakken af naar onze slaaplaats. Er wordt duidelijk heel wat verbrand en stank gaat zo door de flitterdunne rietenmuurtjes heen. Geen wonder dat we zo veel mensen horen hoesten. Eerlijk gezegd, een laotiaanse vuilniskar hebben we nog niet tegengekomen. We willen niet weten waar ons afval wel telkens terechtkomt.  We slapen beiden erg onrustig. Het 'geestenverhaal' van een Mexicaans-Laotiaans koppel speelt in ons hoofd, al spreken we dat pas 's ochtends uit. 's Morgensvroeg eten we een zelfgemaakt fruitslaatje en maken enkele kindjes (vooral het kleinste ventje) supergelukkig met een mandarijntje. We zijn beiden verwonderd en ontroerd over de eenvoud. Zeg nu eerlijk, welk Belgisch kind zou staan 'jumpen' van geluk met de grootste glimlach door het krijgen van een mandarijntje??  We beslissen,door het ontbreken van geld en vooral ATM nog een voormiddag te spenderen aan de watervallen en dan opnieuw te vertrekken. We nestelen ons bovenop de hoogste waterval, waar allemaal kleine poeltjes gevormd worden door miniwatervalletjes. Dit voelt echt als vakantie aan. We missen de aanwezigheid van water om ons te verfrissen, dus kijken erg uit naar the 4000 islands, de kust van Cambodja en zeker naar Indonesië. De zalige vooruitzichten doen ons nog meer genieten van deze momenten. We lezen onze boeken, 'the girl with the dragon tattoo' en 'eat, pray and love', wassen ons samen met de vrouwen in sarong, spelen met de blote lao kids en kijken met verwondering naar hun heldhaftige sprongen door het kolkende water, op zoek naar vis. Ze turen door hun duikbril, gooien hun visnet uit en stenen het water in. Geen grote vangst, maar toch erg trots tonen ze hun visjes.  Langs de bedding zijn er allemaal heel nette moestuintjes aangelegd. Ze kennen duidelijk hun vak, al zijn we natuurlijk een beetje jaloers op hun idela omgeving. We rijden op onze snorry-ka2 een afstand doorheen half België en arriveren met een pijnlijke poep in een slaperig dorpje aan de Mekong. Ze wijzen ons de weg naar de 'pier' doorheen diepzand, tricky... We zien niet direkt hoe dit hier in zijn werk gaat tot er 2 longtailboats, aan elkaar getimmerd met paletten, aankomen sputteren. We steken de Mekong over, toch zo'n kilometer lang, in de avondzon, puur genieten. Aangekomen op de volgende pier...maar nu stijl omhoog in mul zand. Er is er eentje die zich rot amuseert met z'n imaginaire dirtbike!  Champasak blijkt één lange straat te zijn. We vinden een gezellig hotelletje met mooie tuin, uitkijkend op de Mekong. De hangmatjes en ligstoelen lonken naar ons. Er is opnieuw een schattige mini-pup die rondholt mét belletje rond zijn nek. Na ons 'very small kip bungalow-avontuur' hebben we wel zin in een beetje comfort. De sfeer hier is super. De mensen hier zijn relaxed, vrolijk, goedlachs, iets wat Laotianen typeert. De travellers zijn in hun nopjes en het weer is zalig zomers...we genieten volop! Het vooruitzicht om langer dan één nacht te blijven geeft ons rust. We hebben alle tijd van de wereld en toch soms het gevoel geen tijd te hebben. Typical western? 

Bolaven plateau, part 2

New years day, in tegenstelling tot andere jaren hebben we geen kater te verwerken en staan we mee op met de eerste zon. In feite zijn we blij dat nieuwjaar voorbij is, het lijkt zo ingebakken dat je verplicht bent leuke dingen te doen, terwijl er nog 364 andere dagen zijn. We missen wel onze familie en maatjes. Eens vlug een teleport weg en weer zo leuk zijn. Als kadootje van de dag krijgen we onze eerste twee gibbons te zien in de achtertuin van onze guesthouse. We zijn gewaarschuwd niet te dicht te gaan en we moeten terugdenken aan Lotha, de Akha jager met uitgekrabd oog. De gibbon, met uitgesproken witte bakkebaarden, daagt ons wat uit en weet perfect dat hij over de tuin heerst.  We gaan voor een lekkere nieuwjaarsontbijt in een nabijgelegen resort, op het dakterras, lekker in het zonnetje, superverzorgd door een lieve Australisch sprekende gastvrouw. Ze heeft het wel voor ons, geeft ons vanalles extra om eens te proeven. Ze toont alle interessante plekjes in de omgeving en wuift ons uit met nog twee extra bananen. Ze doet ons aan iemand denken... We snorren richting Tat Lo. Onderweg stoppen we bij een organic farm. We verwachten wat uitleg te krijgen, maar de lokale jeugd was nog nieuwjaar aan het  vieren. We werden uitgenodigd voor een pintje, in de vlakke zon. Geo leidt ons met tamboerijn richting de tuinen. Netjes verzorgd!! Ze kennenndenkneepjes van het vak. We zijn beiden nog wat aan het aftasten, spreken elkaars taal niet, tot we aantoonden dat we weldegelijk tomaten weten te dieven. Vanaf dan volgde een enthusiaste rondleiding waarbij ons Galanka (gemberfamilie), citroengras, aardbeien, sla in combinatie met ajuin, kool in combinatie met afrikaantjes,.. werd getoond. Ze toonden ons ook ze de grond bemesten met geitestront en verbrande rijstgalmen. We kregen nog bananen en papaya vers van de boom en gingen terug op weg.  Tat Lo zelf is een ondergewaardeerd plekje op de Bolivan plateau. Nog amper gekend door backpackers, maar wel door vele Thai. Het dorpje ligt er jammergenoeg vuil bij, een duidelijk spoor van dagjestoeristen die de mooie watervallen komen bewonderen. We zeggen watervallen, want de ene volgen de andere op, honderden meters lang. We vinden bij ondergaande zon nog de weg tot boven op de grootste waterval en zagen dat het goed was.