JO(sefien) & PIE(ter) op reis, jipla!

Rantepao's ceremonies

Om 8h zitten we, zoals afgesproken, flink te wachten op onze gids, Luther, aan de ontbijttafel. Hij is nergens te bespeuren, en blijkt na een half uurtje wachten op z'n gemakkie in z'n tweede thuis te kletsen, het Mart's café. Yep, Indonesian time...Uiteindelijk vetrekken met 2 brommers richting de eerste stop van de dag, een house ceremony. Een house ceremony viert plaats als een nieuw huis wordt ingewijd. Verscheidene families laten samen een huis bouwen, dat dienst doet voor huwelijken, sterfgevallen,... Op die manier is iedereen van de Toraja-familie veilig voor moesten ze overlijden en kunnen ze vertrekken met de gepaste ceremonie. We arriveren net als er een krijsend dik zwart zwijn aan bamboostokken wordt weggedragen. We lopen de stijle oprit op en Luther zegt langs zijn neus weg dat ze al begonnen zijn met slachten. We staan beiden verbouwereerd te kijken. Het is allemaal heel plastisch en het bizarre schouwspel overdonderd ons. De plek waar de ceremonie doorgaat is opgesteld tussen de typische Toraja huizen. Er zijn rondom zitplaatsen gemaakt waar verschillende families met hun genodigden zitten te keuvelen. In het midden wordt een buffel geslacht en rechts daarvan liggen een aantal zwijnen op het vuur te branden. Aan de overkant zijn de zwijnen opgesteld, meegebracht door de verschillende families, zo een 34 als we juist telden. Ze zitten in een versierde bamboo constructie op hoge poten. De zwijnen zijn onmenselijk vet gemest en kunnen vaak amper nog bewegen, slekkevet! Hun teennagels zijn volledig misgroeid. Als er een kameraad naar het midden gesleurd wordt beginnen er vele anderen mee te kelen, het einde is nabij. Tussen al het geslacht en bloed door lopen kinderen opgefokt te spelen met een streep bloed op hun derde oog. Ze kijken bijna niet meer op van dit tafereel, wat een cultuurverschil. Heel veel mensen in het Westen slachten zelf nooit hun dieren, eigenlijk hoort het erbij of zouden we het tenminste eens moeten gedaan hebben of bijgewoond. We blijven nog even rondlummelen en uiteindelijk gaan we op weg naar het volgend schouwspel, een begrafenisceremonie. Deze is van middelmatige grootte. De overledene is nog niet lang geleden gestorven. Soms blijft het lijk van de overledene tot 20 jaar in het woonhuis van de familie, zodat ze genoeg geld bij elkaar kunnen sparen. Het lichaam wordt gebalsemt en ingespoten tegen verdere ontbinding. Er moeten genoeg buffels en zwijnen geslacht worden om van een geslaagde ceremonie te spreken. Het aantal stijgt naargelang de status van de overledene. Voor een buffel betaal je gemakkelijk tot 3000€ de bjiste.  Aan het bloed, het slachten en de geur van de ingewanden zijn we ondertussen al 'gewend'. We kijken nu meer naar de bereiding van het vlees, de stukken buffels die worden verkocht om straten en kerken te bouwen. De zoon van de overlevende heet ons welkom en we overhandigen hem de slof sigaretten. Volledig tegen ons principe maar dit is hier de traditie, we probeerden nog uit te leggen dat 'smoking kills'... Suiker was een andere optie maar zou niet zo geapprecieerd worden. We krijgen thee en cake aangeboden, terwijl we toekijken hoe bamboo's gevuld worden met bloederige ingewanden en groenten. Deze worden dan boven het vuur gelegd, een lekkernij waarbij de meeste al beginnen te likkebaarden. We krijgen honger, veggie honger weliswaar en we vertrekken opnieuw. Deze keer naar een huwelijk, we krijgen alles op één dag te zien. De mensen zijn prachtig kitsch opgetut op dit enorm trouwfeest. Er worden allerlei dansjes opgevoerd om het wachten op het bruidspaar te verzachten, het is dus weldegelijk terug bloedheet. We krijgen een stijve, maar kleurig exotische optocht te zien. Het eten staat klaar en we krijgen water in onze mond, maarn we besluiten niet te wachten op etenstijd. We rijden richting Lembo, waar in een  oude rotsmuur houten tautau-ventjes worden bewaard. Deze symboliseren rijke doden. Eerst proberen we onze honger te stillen. De pakjes kippenoodles worden ons aangeboden maar die slaan we wijselijk in de wind. Luther heeft ons bij ons pietje, we vrezen even voor onze zuurverdiende lunch. Uiteindelijk belanden we in een eethuisje/naaishop/woonhuis/rommelkot van Elisabeth en Petrus. Ze vinden het erg grappig dat wij (Josefien) Liesbeth, en Pieter heten. We krijgen lekkere sticky rice in coconutsaus en een omelette. We hadden zelf nog een advocado blij, buikjes rond. Het begint opnieuw te stortregenen en we gaan in een rapje kijken naar de uitgehouwen graven. De terugrit is nat en koud, we haasten ons naar de warme douche. Omdat we toch al in zo een bloederig sfeertje vertoeven, liggen we al snel terug als twee luizegaards naar true-blood te kijken. We zijn beiden op, het reizen van de voorbije dagen zit in onze kleren en het naderende einde van de reis geeft ons ook veel stof om over te denken. 's Avonds moeten we onszelf motiveren om te gaan eten, alweer als bejaarden voetjes onder tafel...soonsoon! We lopen nog snel even binnen in het internetkot en bereiden ons voor op de laatste lange busreis van onze reis,9h van Rantepao naar Makkassar. 

Rantepao

Hupla, anther fine day in Sulawesi. De blauwe hemel verraadt dat het een hele mooie zonnige dag zou worden. Na het verzorgd ontbijt met zelfgebakken toast-brood, vertrekken we met onze scooter richting de bergen. Batutumonga werd ons al meerdere keren aangeraden, Batutumonga it is. We worden verwend met zalige ver-zichten, overal wordt er naarstig gewerkt in de rijstvelden. We besluiten dit gebeuren van dichtbij te gaan bezien en lopen nogal stuntelig de verharde paadjes af richting een oud vrouwtje dat nieuwe stekjes rijst aan het planten is. We zien nu pas dat de modderpoeltjes vol zitten met kleine visjes en dat ook hier de permacultuur aanwezig is. Het vrouwtje wist niet wat ze zag toen de vreemdeling zijn broek afstak en zijn witte billen schitterden in de zon. De modderpoeltjes voelen heerlijk warm aan, en lekker voluit gaan zou nog niet eens zo erg zijn, vanaf nu zijn we in alle velden thuis... Tijdens één van onze fotogenieke stops komen we twee oudere koppels uit Sluis tegen. Ze hangen aan onze lippen als we uitleggen dat we zonder toeroperator het land doorkruisen, dat we zonder kaart tot op dit punt met de brommer zijn geraakt en dat we zelf iedere dag voor eten moeten zoeken. Hun gids weet enorm veel over de flora en weet ons de kruidnagelboom te tonen, deze stond al een tijdje op ons lijstje. We eten in een op en top toeristisch restaurant op het hoogste punt van Batutomonga. Onze eetlust verandert stilletjes aan naar meer Westers geinspireerd eten. Het Sulawesi dieet is een beproeving geweest, we kijken al uit naar Thailand!  De terugrit is eentje op typische Sulawesi wegen, vol putten en we vragen ons af en toe af of we wel nog op goede weg zijn. Er breekt een hevig onweer uit als we in onze kamer zijn en we maken het ons supergezellig door in ons bed naar 2 afleveringen van True-blood te kijken. ' s Avonds gaan we opnieuw eten in Mart's café en aan het tafeltje naast ons zit Michael Pas met zijn vrouw en zoon. We raken aan de praat en blijkbaar heeft hij 12 jaar geleden een grote rol gehad in een Indonesische tv serie, waardoor hij vloeiend Indonesisch spreekt. Ze zijn van Bali een weekje naar Sulawesi over en weer gevlogen om Rantepao te bezoeken. Bali is volgens hen veel toeristischer, maar zijn vol lof! Om te reizen met kinderen is het ideaal, is genoteerd... Na een gezellige babbel met een Bintang biertje erbij kruipen we onder het wol, morgen ceremonie dag! 

Tentena-Palopo-Rantepao

Eén van onze laatste hoogtepunten op onze reis is Rantepao en ligt in de provincie Tana Toraja, een cultureel eiland, volledig ingesloten door bergen. De Toraja bewijzen dat er leven is na de dood door hun uitgebreide ceremonies. Er zijn de graven in grotten, de hangende graven, levensgrote tautau- ventjes die de doden symboliseren en de nogal gruwelijke buffalo-slachtingen, een wereld apart, doordrongen van traditie. Je kan gerust zeggen dat alles hier rond de dood draait.  Om er te geraken moeten we wel eerst de 13uur busrit trotseren, waarvan een groot stuk door de bergen. We zijn verplicht om de Litha-bus te kiezen, het is vrijdag en de andere agentschappen nemen vandaag hun dag vrij. Litha is een gevestigde waarde, maar hun bussen zijn dringend aan vernieuwing toe. Door de geringe opkomst kunnen we ons wel elk twee zitjes toe eigenen, perfect om af en toe in de meditatie te geraken die de lange busrit afdwingt. We spelen ons muziekjes van voor naar achter af en voor de rest zitten we er als een zak patatten bij. Wat ze wel niet op voorhand hadden verteld, is dat de chauffeurs nogal graag eentje roken, die op hun beurt de rest van de bus aanzetten. En het zijn van die stinksigaretten die blijven branden. Verder hadden ze ons ook niet verteld dat ze om de drie minuten zouden stoppen voor Jan met de pet naast de baan. We tuffen aan een tergend traag tempo vooruit en zijn blijkbaar de enige die niet weten hoelang we nog onder baan zullen zijn. We komen in Palopo in het donker toe, vanwaar we een minibus moeten nemen naar Rantepao. Er zijn geen bussen meer die avond, dus we zijn verplicht te overnachten in deze onaantrekkelijke stad. 's Morgens zijn we er als de kippen bij om te vertrekken, na een typisch Indonesisch/westers sponsbrood ontbijt met gebakken eitjes on request. Gelukkig zijn we voorzienig, het fruit, de cornflakes met melk en het bruin brood maken het af. We nemen er terug de luide televisie en de rokers net naast ons bij... Aan de terminal krijgen we opnieuw een staaltje Indonesische time-stretching op ons bord. Ze schotelen ons de meest aftandse minibus voor, en we worden verzocht te wachten tot de bus volzit, wij zijn nummer vier en vijf, we vertrekken pas als er vijftien passagiers zijn, miljaarde!! En waar gaan ze al dat volk steken??? Ondertussen is de wonderdokter toegekomen om al de wachtende chauffeurs onder handen te nemen met zijn goedje dat het staar uit de ogen doet verdwijnen. Zo gezegd zo gedaan, en één voor één krijgen ze een behandeling. Niet alleen zien ze vijf minuten niets na het indruppelen van het zelfgebrouwen goedje, hun ogen zien er bloeddoorlopen uit en ze blijven maar knipperen en tranen. We zijn blij dat enkel de chauffeur van de minibus naast ons het goedje testte, hij zet aan met tranende en toegeknepen oogjes. We hadden de hoop al opgegeven, toen er plots uit het niets tien mensen uit een auto stapten, allemaal op weg naar Rantepao. Met een busje vol trekken we de bergen in, weg en weer swingend tot op een gegeven moment onze zetel doorzakte. De mensen achter ons zaten plots wel heel benepen, maar niemand die erover klaagde. We rijden Toraja binnen, en hierbij een speciale landschap met een nog vreemdere architectuur. Er wordt volop rijst geteeld en de uitzichten zijn adembenemend. In Rantepao zelf nemen we een kamer in Wisma Maria, en worden van alle kanten aangesproken door werkloze gidsen. Zij hebben hier drie seizoenen, dry season, wet season en dollar season. Dollar season valt voor hen in juli en augustus, wanneer er heel wat ceremonies plaatsvinden voor de overledenen.  We kwamen toe in het weekend, zondag is heilig voor de vele christenen, en op maandag zouden we een ceremonie kunnen meepikken. Een rustpauze is sowieso meegenomen, want de busreis zit ons nog in de kleren. Morgen kruipen we terug de scooter op, rondtuffen in deze omgeving lijkt ons wel wat!!

Tentena

Salopo waterfalls it is... We huren een brommertje en het valt ons te binnen dat dit pas de eerste keer is in Sulawesi. We waren bijna het vrijheidsgevoel vergeten dat zo'n scooter geeft. Je kan gaan en staan waar je maar wil, een praatje maken met de lokale rijstboer, de cacaomadammen, blijven stilstaan bij de heerlijke tuintjes... Van rijst verbouwen kennen ze hier alles. Afhankelijk van het weer oogsten ze tot vier keer per jaar hun favoriete gerecht. De cacaobonen worden precies gefermenteerd en geven een scherpe geur af. En de tuintjes zitten één voor één volgens de principes van permacultuur in elkaar. Er is standaard een vijvertje, bevoorraad van water via een waterpijp, een paar fruitbomen rond de vijver en vis die het water van de nodige bemesting voorziet. De vis eet de waterplanten en afgevallen fruit, de planten krijgen af en toe van het rijke water toegediend en de regenpijp maakt dat het waterniveau op peil blijft... De cirkel is rond. In het westen zijn we precies al zo ver verwijderd van wat zij als normaal ervaren.  Aangekomen aan de watervallen krijgen we een knap staaltje erosie te zien. Het water heeft door de eeuwen heen een wel heel organische vorm uit de rotsen gesleten. We zien een twaalftal 'tafels' waarvan het water naar beneden glijdt. We spenderen er een zelfgefabriceerd middagmaal, een zwemmetje in het ijskoude bergwater, en zijn op ons hoede voor die reuzepythons. Op het gemakkie nog een aantal kilometers met de mobylette rond het gigantische Poso-lake. We gaan eten bij Alfi, de lokale gids/boer die ons uitnodigt bij zijn tante om op theeklets te gaan. De tante blijkt van rijke afkomst en was laatst in Parijs. Er worden van alle kanten vragen gesteld en foto's genomen, en Alfi is ontzettend tevreden dat we de tijd namen een vrijblijvend babbeltje te doen. We eten in het restaurant van zijn schoonzus en leren haar nog Tom Yam soep te maken. Ze hebben hier alle ingrediënten om de Thaise gerechten te maken, maar zijn precies niet zo tuk op cocosnoot-melk in hun gerechten.  We slaan nog wat eten in om morgen de 13uur busreis te overbruggen en call it a day...we zouden s nachts nog last hebben van die Tahu-isi, waarschijnlijk verversen ze hun vet toch niet zo dikwijls al we hoopten.

Poso-Tentena

Om 10h afgesproken met onze maecenas Johannes aan de BNI-bank. We zouden nog eens het maximum afhalen, dan spelen we op safe voor de rest van ons Sulawesi avontuur. Daarna samen naar mister Amir om de overschrijving te doen via PC banking. Zo zijn wij uit de schulden en is hij er zeker van z'n centjes terug te zien.  Na een afhaalmenutje nasi kuning (gele rijst op smaak gebracht met coco en kurkuma) nemen we afscheid van Poso en zijn vriendelijke inwoners. Opnieuw worden we door de privé-chauffeur naar de busterminal gebracht. Er staan al 2 passagiers op de lijst, aan negen kunnen we vertrekken. We grappen en grollen een beetje over de Indonesische easy way of going en het wordt volmondig beaamt. Wachten kennen ze hier niet, wel op het gemakkie van het leven genieten.  Een goed uur later komt onze rit aangesnort. De deur van de chauffeur klikt niet meer in het slot, de bekleding is beschimmelt, de riem hapert, en de kilometerteller is naar de vaantjes, maar we zijn in gezapig gezelschap. We leren heel wat basic Indonesian van de chauffeur, hij vertelt ons dat hij vegetarisch is en vier kinderen heeft. Bij het opsommen van de namen blijft hij steken op drie, de laatste is hij heel even vergeten, tot groot jolijt van de andere passagiers. We smijten ons in de bochten, en zien al op tegen de 12 uur busreis naar Rantepao.  2 uur later worden we voor de deur van Victory guesthouse afgezet. We trekken onze wenkbrauwen op, want op het eerste zicht is er niets aantrekkelijk aan. De ontvangst is echter hartelijk en we krijgen een verzorgde kamer mét warme douche achterin de mooie tuin, woehoe!!! Na een maand met een mandi, waterschepje, kunnen we ons straks vertroetelen met een echte douche. De gastheer vraagt ons of we graag een 'mountainbird' zien. Hij wijst naar de boom in de tuin en daar zit precies een plastic vogel!! Josefien moet eens lachen tot hij echt beweegt, een regelechte hornbill!! Hij zou 2 dagen geleden geland zijn en blijft hier rondhangen. We zijn er helemaal wild van, alle uren in de jungle ten spijt, dichter dan hier krijgen we nooit nog één te zien! We zijn helemaal in de wolken met onze nieuwe buurman. Hij vind ons ook wel interessant, zeker als we stukjes papaya aanbieden. Hij draait zijn koppie om ons goed in de gaten te houden en haalt geëxciteerd z'n beste trucjes boven. Het is nogal een vreemd verhaal, hij lijkt hier al veel langer te wonen en vliegt niet weg, bovenal is hij niet mensenschuw... Hij ontpopt zich als een waar fotomodel, de pluimen worden goedgelegd, de wimpers gekruld en de witte kraag rechtgezet, wat een vreemde creatie!! We genieten onverantwoord lang van de warme douche en doen nog een was voor we gaan eten. Onze kleren blijven onfris ruiken, te wijten aan de hoge vochtigheidsgraad hier.  Na een wandeling door de straten van Tentena staan op het menu tofu easy, rijst, chili, groentjes met munt en bruin brood van de chinese bakker,... Met een goed gevulde maag keren we huiswaarts. Out of the blue stoten we op een oprit op iets dat ons hart even doet overslaan ???What the f*??? Daar ligt een 6 meter lange dode phyton, een dikkerd waar gerust een tiener in kan. Jawadde, never seen before!  Ze vangen blijkbaar vaak slangen van dit kaliber, verkopen de huid en eten het vlees. We willen niet te enthousiast overkomen, het zou een zonde zijn hen nog meer te stimuleren om zo'n creatie van de natuur te bedreigen. Aan de andere kant is dit zo een gevaarlijk beest, dat we begrijpen waarom ze inhakken met een machete op z'n kop. Een engelsprekende gids vertelt ons dat ze tot 50 jaar kunnen worden, deze is ongeveer 20 jaar oud. Hij komt ze regelmatig tegen op trektocht. Je gaat 'gewoon' stilstaan en laat ze passeren. Overdag hangen ze in de bomen te slapen. Als je ze irriteert, wurgen ze je tot elke botje gebroken is en je niet meer beweegt... Hij zegt dat hij van deze slangen niet bang is, wel van die zeer giftige kleine zwarte. OK, geen trekking voor ons in Sulawesi, dank u! Thuisgekomen kijken we voor de zekerheid toch eens onder ons bed...

Poso birthday

Een beetje geschiedenis: Central Sulawesi travel warning! Travel to Poso and surrounding districts remains potentially risky at the time of writing (2007). Violent incidents continue to occur, including a bomb in Tentena in Mai 2005, which killed 22 people and a bomb in Palu on X-mas day 2005 which killed 8. Add to that the random beheading of three schoolgirls in October 2005 and things are far from stable. While violence against foreigners is unlikely, travellers should double-check the latest situation before travelling through the area and avoid crowded public places like busterminals and markets. Police checkpoints are common and travelling by private vehicle is considered safer than by public transport. Goed om weten, we hebben alle regels al in de wind geslaan. We namen al een public bus, en werden om negen uur opgepikt om naar Kantor Bupati te gaan. Amir vroeg ons nog netjes op te kleden, na vier maand reizen zijn de bevlekte, hier en daar gescheurde broek en versleten skate-schoenen van de partij, Josefien is natuurlijk weer beter voorzien. Het blauwe gevonden sjaaltje maakt mijn outfit meer dan goed. We komen aan op een plechtige ceremonie, waar Mister Amir zenuwachtig alles in goede banen leidt. De mensen zijn in traditionele klederdracht, en wij worden als belangrijke personen helemaal vooraan gebracht, op de beste plaatjes. Had ik maar mijn haar gekamd... Er volgen eerst heel wat speechen waaruit we vooral Poso, Poso kunnen filteren, gevolgd door een imam en priester die samen het podium betreden, als teken van verzoening tussen de twee religies, de oorzaak van de voorbije oorlog in Poso. Pas nu beginnen we de gepantserde wagens en de vele security te zien. Avoid crowded places... We laten het niet aan ons hart komen en ontmoeten het oud vrouwtje Paula die ons al de hele tijd in de gaten heeft. Ze wil met ons op de foto en het hele publiek juicht als we haar eens goed vastpakken. Tot onze verbazing kan ook zij Nederlands en ondergaan we het vragenvuur. Ze vindt het heel speciaal dat we hier zijn en vraagt ons meerdere keren waarom. Ze vraagt ons ook of we heel rijk zijn? Er worden traditionele dansen ingezet en we genieten met volle teugen. Het lot weet ons echter weer te tarten, en te midden de speech van de upperchief, de bupati, ziet iedereen plots de teva Duitser naar ons geleid worden. Deze kwam als toevallige voorbijganger op het feest en wordt netjes tot bij ons geleid. Het feest komt op zijn hoogtepunt en we krijgen van Mister Amir elk een mandje eten aangeboden, terug traditioneel, drinken uit een afgesneden bamboo, het eten mooi geserveerd in bladeren. "No plastic!", weet Amir ons te vertellen. Na het eten kidnapt hij Josefien mee naar de dansvloer om er de "bero", Poso-dans te doen. In een grote cirkel hand in hand ga je twee stappen rechts, één links, en zwaaien met de voetjes... Geen ontkomen aan, iedereen moet dansen. De mensen zijn in hun nopjes en wij worden nog steeds van aan de kant door Paula met haar vier resterende tandjes in de gaten gehouden. We beloofden wat foto's op te sturen naar haar familie in Nederland, een zekere Max. We nemen afscheid en gaan mee met Amir naar zijn kantoor, hij bedankt ons voor onze aanwezigheid. Zijn missie is volbracht, de Bupati heeft ons zeker opgemerkt. Jo, de Duitser, komt met ons mee en plots wordt het duidelijk waren we hem terug tegenkwamen, hij zou ons genoeg geld lenen om onze terugreis te volbrengen!! Yeah! Ideaal, want uit een mail van de fortisbank bleek dat een internationale overschrijving naar Indonesië 120 euro onkosten met zich meebrengt en Western Union eigent zich ook heel wat kosten toe. Zo gezegd zo gedaan, en alweer rijdt de privé-chauffeur ons rond om de zaakjes te regelen. 2.000.000 rupiah zijn een feit, c'est reparti!! Morgen krijgen we de rest. We gaan iets lokaal eten en laten ons naar de Basaar Mallam, night market, brengen. Vanavond krijgen de lokale bands de kans zich te laten opmerken op het podium, wij gaan eerst een kijkje nemen op de kermis. Jawadde, prehistorisch kan je het wel noemen. Alle attracties zijn uit staal, onaangenaam om op te zitten, en worden aangedreven door vuile generators. De paardemolen gaat niet op en neer en we zien verder een meneer fietsen om het helikoptertje te laten wiebelen. We laten deze hectische bedoening voor wat het is en gaan nog wat nababbelen met Amir, de held van Poso. Het lot heeft ons naar deze stad gebracht, we maken er een missie van de Lonely Planet op de hoogte te brengen van de veranderingen in deze aangename stad, waar we meer dan eens werden verrast. 

Poso

Met handen en voeten leggen we uit dat we vegetarisch zijn, en eventjes niet zo tuk op vis. We gaan ons wat opfrissen en kort daarna komt mister Amir in groene outfit met zijn klantenboekje tot aan onze kamer. Hij stelt zich voor als Chief of Tourism en hij nodigt ons uit bij hem op kantoor. We spreken af om zeven uur, maar zijn gewend ons eigen boontjes te doppen en gaan zelf al op pad. De volle zes euro om drie minuten naar België te bellen, en nog geen stap verder geraakt bij de bank, ons geld raakt stilaan op. Bij thuiskomst wacht de eerste verrassing van de avond, zelfgemaakte frietjes met een chili-garlic omelet. We zijn in de zevende hemel! Nog een laatste missie voor het slapengaan zijn onze verhaaltjes posten en onze mail checken na 18 dagen zonder enig bereik. Het zou een bizarre avond worden. Eerst sturen ze ons voor Wifi naar Café Brownies, een heus rock-café. Overal waar we toekomen, is de interesse direct gewekt en komt de hele familie kennis maken. Nadat iedereen eens "hello Mister" heeft gezegd, zijn er al vijf minuten voorbij. Hier is geen internet te vinden, en we stappen in onze tweede privé-auto van de dag. Meidi voert ons naar Café Bali. Voor een Juice alpokat kunnen we een gerust een uurtje op Wifi gebruiken. We moeten opsplitsen willen we en verhaaltjes posten en foto's uploaden. Meidi vertrekt met Josefien naar een ander internetcafé met vaste computers. Ondertussen blijft er maar volk toestromen die elk op zijn beurt een gesprekje wil aanknopen, hetzij in heel gebrekkig Engels, hetzij via Google Translator, het wordt hier al wat chaotischer. Dan komt plots uit het niets de dochter van het guesthouse me aanklampen om naar die meneer Amir te gaan. Hoe ze ons op het spoor is gekomen, begrijpen we nog altijd niet. Er is nog internetwerk aan de winkel en wimpel het voorstel af. Ze verstaat het niet goed en gaat er terug vandoor. Nog geen twee minuten later staat Meidi er opnieuw om me naar Josefien te brengen, kortom, je kan hier geen vijf minuten op het gemak doordoen. Ondertussen vraagt nog iemand om online poker te spelen, aaarghhh!! Josefien zit op een tiental minuten rijden in een klein kotje foto's up te loaden, met zo'n dertig muggen rond haar hoofd. De electriciteit valt om de haverklap uit, alweer is het moeilijk iets gedaan te krijgen. En alweer staat er een andere chauffeur plots in het internetcafé om ons naar Mister Amir te brengen, wat is dat toch met die mister Amir? We gaan in op het voorstel en krijgen onze derde privé-chauffeur door Poso. Eind goed al goed, mister Amir is echt Chief of Tourism en zit ons op te wachten in zijn kantoor met airco. Hij staat erop dat we zijn internet en telefoon gebruiken, free or charge, hadden we dit eerder geweten... We krijgen thee aangeboden en leggen hem nog eens ons probleem met de visa-kaart uit. Van de bank krijgen we ondertussen te horen dat de kaart sedert 23/01 geblokkeerd is door drie mislukte Pin-pogingen, dat we dit enkel kunnen resetten door langs te gaan in een bankkantoor in België, maar dat we wel met de magneetstrook kunnen betalen. De drie mislukte pogingen kunnen we ons niet herinneren en vermoeden dat iemand in Phnom Pehn de kaart uit onze kamer haalde. Mister Amir heeft contacten in de bank en als dat niet lukt wil hij ons geld voorschieten, kom dat maar eens tegen in België! Hij is erop gebrand om het toerisme in Poso terug op te krikken en stelt alles ter beschikking van de paar toeristen die Poso bezoeken. We zijn meer dan aangenaam verrast door Poso, en worden uitgenodigd om de morgen de 116de verjaardag van de stad te vieren in aanwezigheid van alle prominenten. We worden met de privéchauffeur na een lange dag rond middernacht thuis gebracht en zouden de dag erop om negen uur opgepikt worden voor het feest. Waarvoor onze dank!!

Afscheid van bounty Togean Islands

De terugtocht richting België wordt langzaam ingezet. We zijn op het punt gekomen waar we jaloers zijn op mensen die nog twee, drie, zes maanden voor de boeg hebben. Binnen tien dagen vliegen we terug naar het koude België. Gedaan met het appelblauwzeegroene water en witte stranden, mensen volledig relax in vakantiesfeer. Aan de andere kant zijn we al zo gewend aan het reizen, dat de emmer bijna vol is, we zijn nog onder de indruk van mooie zonsondergangen, zotte steden of culturele verschillen, maar in mindere mate als in het begin van onze reis. Gemengde gevoelens dus, maar het besef dat we altijd terug kunnen, verzacht de pijn.  De boot richting Wakai vertrekt om negen uur, Indonesian time is relatief als je weet dat de vorige boot een uur te laat vertrok omdat de kapitein nergens was te bespeuren. Hij lag te tukken, terwijl iedereen stond te wachten. Ze vonden hem op het pantonnetje onder een paar kussens... We nemen afscheid van de twee Roemenen, onze yoga-lerares en het Zwitsers koppel Sarah en Martin.  Het is terug zondag, dus markt in Wakai, een drukte van jewelste, alle eilandbewoners komen van her en der om inkopen te doen voor de komende week. We komen terug de Franse duikster tegen met haar man, volledig opgefokt omdat haar gsm is gestolen. Ai, hoe los je dit op in dit mierennest, bij zo'n veertig graden. Ze verdwijnt in de massa en we zouden haar vijf uur later nog eens tegenkomen, nog steeds in dezelfde toestand. We varen uit met drie Duitsers en Meta, de Amsterdamse madam. Het wordt terug een hels ritje, vooral naar het einde toe. Af en toe zie je angstige Indonesische ogen, wakkergeschud door hoge golven. Wedden dat 75% van de mensen niet kunnen zwemmen? Gember helpt ons tegen reisziekte en we houden ons ogen gefixeerd op een punt in de verte. Op het dek wat uitwaaien met een drietal kindjes die wild gaan op luide kindermuziek. Ideaal moment om de tijd te doden met een blog-verhaaltje, maar dit is zonder die Duitser met zijn afgeleefde Teva-sandalen gerekend. Begint het daar niet ongelooflijk naar zweetvoeten en andere menselijke geuren te ruiken... Serieus, zelf met neus in de wind blijft het stinken. Echt sociaal word je niet op zo'n moment en denk je enkel op een smoesje om weg te wezen. We komen aan in Ampana, begeleid door enkele dolfijnen die speels in de golven van de boot springen. Het is nog steeds bloedheet en we reppen ons naar een Odjek, brommer, om ons naar Marina cottage te laten voeren. Volzet, op naar Oasis hotel. We worden op de hoogte gebracht van de karaoke deze avond in de achtertuin, hmmm, niets aan te doen zeker? We gaan op zoek naar eten, maar buiten maniokchips vinden we niets, pas om zes uur gaan de kraampjes open. We zitten al als eerste klanten klaar, nog voor het opengaat en krijgen een lekker bordje sambal-tofu met rijst, munt en groentjes geserveerd. We leren de chef nog een munttheetje maken, en zijn er van overtuigd dat dit volgend jaar op de kaart staat. Terug aan het hotel maken we kennis met onze karaoke-buren. Vijf man en een paardekop weten de hele avond kattejank door de boxen te krijsen, het waren zeker weer van de verdomde Chinezen, kan niet anders. In een veel te warme kamer besluiten we naar onze laatste afleveringen van True Blood te kijken. Bij het ontbijt komen uit het niets een hele horde toeristen uit de kamers naast ons, terwijl we ons de enige waanden in dit verloren gehucht. Ze regelen en doen om richting de Togean Islands te geraken, maar de boot vaart vandaag niet uit vanwege de hoge golven. Voor ons staat Poso op het menu, we hebben al meer dan twintig dagen geen geld meer kunnen afhalen en Poso is onze laatste kans. We worden netjes opgepikt aan ons hotel en rijden het hele dorp door om de auto vol te krijgen. Personenwagens bestaan hier nagenoeg niet, auto's worden altijd gedeeld, misschien een idee voor in België. Dan moet je er wel het kotsende moslim-meisje bijnemen, toegegeven, de baan ligt er hier wel heel hobbelig bij. Na vijf uur komen we in Poso aan, en gewaarschuwd door andere toeristen willen we zo snel mogelijk terug verder. Bij geen enkele van de drie grootste banken slagen we erin geld af te halen, please contact your bank, gepaard met dat vervelende geluidje...Shit! De acht uur verschil met België maakt het er niet gemakkelijker op en we zullen in Poso moeten overnachten. Indonesië zou Indonesië niet zijn als er geen gebrekkig Engels sprekende manager in de bres springt. Met een privé-chauffeur worden we rondgereden naar de andere banken, zonder geluk. Met ons laatste geld bellen we naar Fortis, en worden vriendelijk verzocht binnen een drietal uur terug te bellen. Daar sta je dan, in Indonesië zonder geld. Onze privé-chauffeur Kling rijdt ons nog naar een paar guesthouses, en we kiezen wijselijk niet voor de schimmelkamer met non-stop gedrup van de kapotte kraan en afgegeten matras, zelf niet mocht het gratis zijn. Kling, onze hero van de dag, rijdt ons met veel geduld rond tot we onze stek vinden in Losmen Jajalayan, heel huiselijk met de kamers boven het water gebouwd. We krijgen de 'mooie' pink room, mét barbiebed, doen een babbeltje met de twee dochters, en leggen ons geldprobleem uit, ze zouden iemand bellen. Vanaf dan gaat alles in een stroomversnelling.